3.1 Uitingen
Uitingen.
De SI was bovenal een groep kunstenaars. Hoewel hun teksten en theorieën misschien het meest bekend zijn geworden, zijn deze vooral een uiting van hun kunstenaar zijn. De productie loopt uiteen van schilderijen (peinture détournée, peinture industriale), graffiti, architectonische tekeningen en modellen, poëzie en film. Dit in gedachte houdend, is hun houding ten opzichte van kunstzinnige productie in eerste instantie wellicht verwarrend: “Every reasonably aware person of our time is aware of the obvious fact that art can no longer be justified as a superior activity, or even as a compensatory activity to which one might honourable devote oneself. The reason for this deterioration is clearly the emergence of productive forces that necessitate other production relations and a new practice of life. Debord and Wolman, in "a users guide to Détournement",17 aldus Debord. Ook na de gehoopte revolutie is kunst niet meer iets om je om te beroemen. Kunst is niets speciaals, en kunstenaar is niet iets hoe iemand die kunst maakt zichzelf zal omschrijven. Dit komt voort vanuit hetzelfde postrevolutionaire idee, dat de mens niet meer zal hoeven werken, maar zich constant bezig kan houden met kunst. Niet meer als doel op zich, maar als een vanzelfsprekende bezigheid van ieder mens. Er zijn geen kunstenaars meer, of iedereen is kunstenaar.
Ondanks dit beeld van de kunst ziet de SI kunst wel als de methode om de revolutie te inspireren. Echter, hun kunst komt steeds dichter te liggen bij theorie en filosofie. Hun kunst wordt conceptuele kunst, waarin barrières tussen kunst en filosofie vervagen.