Uitingen.
De SI was bovenal een groep kunstenaars. Hoewel hun teksten en theorieën misschien het
meest bekend zijn geworden, zijn deze vooral een uiting van hun kunstenaar zijn. De productie
loopt uiteen van schilderijen (peinture détournée, peinture industriale), graffiti, architectonische
tekeningen en modellen, poëzie en film. Dit in gedachte houdend, is hun houding ten opzichte
van kunstzinnige productie in eerste instantie wellicht verwarrend: “Every reasonably aware
person of our time is aware of the obvious fact that art can no longer be justified as a
superior activity, or even as a compensatory activity to which one might honourable
devote oneself. The reason for this deterioration is clearly the emergence of productive
forces that necessitate other production relations and a new practice of life. Debord and
Wolman, in "a users guide to Détournement",17 aldus Debord. Ook na de gehoopte
revolutie is kunst niet meer iets om je om te beroemen. Kunst is niets speciaals, en kunstenaar
is niet iets hoe iemand die kunst maakt zichzelf zal omschrijven. Dit komt voort vanuit hetzelfde
postrevolutionaire idee, dat de mens niet meer zal hoeven werken, maar zich constant bezig kan
houden met kunst. Niet meer als doel op zich, maar als een vanzelfsprekende bezigheid van
ieder mens. Er zijn geen kunstenaars meer, of iedereen is kunstenaar.
Ondanks dit beeld van de kunst ziet de SI kunst wel als de methode om de revolutie te
inspireren. Echter, hun kunst komt steeds dichter te liggen bij theorie en filosofie. Hun kunst
wordt conceptuele kunst, waarin barrières tussen kunst en filosofie vervagen.