Context.
Laten we eerst kijken naar de huidige omstandigheden die het culturele discours bepalen.
Allereerst, de radicale houding van de groep. Een van de veel gehoorde klachten over
de jeugdige generatie van deze tijd is dat ze zich in tegenstelling van hun ouders individualistisch
opstelt, en niet meer voor de medemens op de bres komt. Hierbij worden dan uiteraard de
studenten opstanden uit de ‘60er jaren aangehaald. Dit beeld is natuurlijk niet volledig
onterecht. Het gaat echter te ver om te zeggen dat het niet meer bestaat. Met name aangaande
het vraagstuk van de globalisatie zijn er nog regelmatig grote protesten, in sommige gevallen
zelfs gewelddadige. Ook binnen de kunstwereld bestaat er een grote groep antiglobalisten. De
kritiek van de groepen richt zich met namen tegen grote multinationals als Coca Cola, en tegen
de overvloedige hoeveelheid reclame. Dit in tegenstelling tot de Situationisten, die zich niet
zozeer tegen de symptomen van de consumptiemaatschappij wilden strijden, alswel tegen
bovenliggende organisaties, als de wereldbank, de WTO en het IMF
De eenwording van Europa, en daarmee het vrije verkeer van mensen en goederen
verdeelt verschillende groepen in de critici en voorstanders. Angst voor het verlies van banen
wegens goedkope arbeidskrachten uit Oost- Europese landen, subsidies voor productie
groepen die op zichzelf niet
Waar Debord zich in de jaren ’60 al druk maakte over de maatschappij van het
spektakel, de consumptie maatschappij en het ontbreken van een echt sociaal leven, heeft zijn
kritiek weinig opgeleverd. De consumptie maatschappij is momenteel op zijn hoogtepunt, en
lijkt voorlopig niet te stuiten. Door de uitgebreide verspreiding van moderne
communicatiemethoden is niet alleen de consumptie maatschappij sterker in het zadel geholpen,
ook de representatie als bemiddelaar tussen sociale relaties lijkt niet te stuiten. Internet maakt
het mogelijk het wereldnieuws te volgen vanachter je computer, concerten zijn daags na hun
uitvoering te downloaden, bioscoopfilms zijn nog voor hun première te downloaden, en ook
direct menselijk contact wordt steeds meer vervangen door het gebruik van mobiele telefoons
en internet communicatie als email, chatboxes en blogs.
Waar de jaren ’60 door Contstant gekenmerkt werden als de ‘machine-age’ zitten we
in een nieuwe revolutie, de informatie revolutie. De digitale wereld, sinds de jaren negentig
wereldwijd met elkaar verbonden middels het Internet verandert menselijke en productie
relaties. In de virtuele wereld gebeuren steeds meer zaken die zich voorheen in de stedelijke
openbare ruimte afspeelden. En waar Het IMIB het gebruik van machines als gereedschap
voor een experiment binnen de esthetiek propageerde zoeken net-art groepen naar methoden
om de code van de digitale wereld te gebruiken om nieuwe kunst uitingen te creëren.
Op het wereldwijde niveau zitten we tegenwoordig in een nieuwe koude oorlog, de
door de Verenigde Staten uitgeroepen ‘War on Terror’. De kritiek op de manifestaties hiervan,
de oorlogen in Irak en Afghanistan, en op de Amerikaanse problemen als 9/11 beginnen
dezelfde vormen aan te nemen als die tijdens de jaren 60 en 70 tijdens de Vietnam oorlog.
Het enige doel van de Situationisten dat iets dichter bij realisatie gekomen lijkt (voor de
bewoners van de westerse wereld), de nomadische mens, blijkt bij nadere ook tegen te vallen.
Een sterk verbeterde infrastructuur, een verhoogd aanbod en vraag heeft ertoe geleid dat
tegenwoordig de hele wereld in het bereik ligt. Bovendien is wordt thuis werken steeds beter
mogelijk, en door de verhoogde welvaart werken we minder. Wat dit echter tot effect heeft
gehad is dat de meest exotisch locaties zich steeds meer gaan richten op de rijke toerist, en zo
dus steeds meer worden overheerst door de westerse consumptie maatschappij.
Het lijkt er dus op dat de thema’s van de Situationisten zich, met wat moeite als je ze
los van elkaar ziet, te vertalen zijn naar de zaken die de hedendaagse kunstenaar bezig houdt.
Echter er zijn ook duidelijke verschillen.
De Situationisten vormden hun eigen uitingsmethoden (hoewel gebaseerd op voorgaande
bewonderde bewegingen, zoals de surrealisten, dada, Lettriste Internationale, Cobra) om
bovendien met de huidige esthetische waarden te breken. Hoewel het altijd per definitie een
contradictie oplevert - als je met een oude stroming wilt breken, associeer je je er automatisch
mee. Hier hadden ze echter rekening mee gehouden, en ze hun redenering was dan ook door
met object trouvé die ze modificeerden een propaganda konden voeren die de zinloosheid van
de oude waarden zou aantonen.