3.2 Context
Context
De standpunten, uitingen en kritiek van de SI kunnen niet los worden gezien van het tijdperk waarin zij bestond. Uit alle uitingen van de groep spreekt een radicaal, anarchistisch beeld. Revolutie is een kernbegrip, en voor hun onderbouwingen wordt uitgebreid naar de leer van Marx gekeken.
Het hoogtepunt van de groep speelt zich af, terwijl op het internationale terrein de koude oorlog, met als duidelijke manifestatie de Vietnam oorlog hoogtij viert. Een voornaam wapenfeit van de SI is het voeden van de Parijse revolte van mei 1968, die weer geïnspireerd was op de PROVO beweging in Amsterdam.
Een belangrijk kernwoord in het communistisch revolutionaire gedachtegoed van de SI is productie. In een tijd van automatisering staan arbeidsverhoudingen een onzekere toekomst voor de ogen. Gevreesd wordt voor massa werkloosheid terwijl de productie van luxe goederen een vlucht neemt. Dit komt sterk tot uiting in Constants New Babylon, dat gesitueerd is in een post revolutionaire toekomst. In deze revolutie wordt de automatisering doorgevoerd, gekoppeld aan totale land onteigening. De volledige productie wordt losgekoppeld van menselijke arbeid, en goederen worden algemeen goed, zodat ieder mens volledig vrij is zijn eigen tijd in te delen.
Vanuit het IMIB erft de groep zijn afkeer tegen de naoorlogs geautomatiseerde esthetiek van de modernistische architectuur. In een periode dat grote delen van Europa herbouwd moeten worden met weinig geld lijkt door CIAM gepropageerde architectuur en stedenbouw het antwoord. Prefabricatie, het geometrische grid, en industriële esthetiek overheerst de productie. SI staat voor een hele manier van invulling van de ‘Machine age’, waarbij deze machines niet de overheersende factor in de beeldentaal wordt, maar slechts een gereedschap in het creatieve proces die het experiment moet stimuleren.
Oorspronkelijk is het antwoord van de SI Constants New Babylon, maar al vrij snel distantiëert de groep zich van zijn werk. De officiële lezing is dat de groep zich niet wil bezighouden met de structurele problemen van de stad, maar met kleine interventie. In mijn eigen inzicht komt dit voort uit het feit dat wanneer je naar de plannen van Constant kijkt al, vrij snel het idee je bekruipt dat deze nieuwe wereld misschien wel niet zo heel veel vrijer is dan de maatschappij die ze proberen te bestrijden. New Babylon schetst met zijn gigantische contouren een monotonie, die juist de inspiratie tot een vrij leven in de kunst minimaliseert. De groep komt, geconfronteerd met een oplossing voor de problemen, tot de conclusie dat hun eigen oplossingen wellicht niet datgene zijn wat ze zoeken. Daarom kiezen ze ervoor slechts de weg van de kritiek te blijven volgen in plaats hun utopieën concreet te maken. Vaak slaan onrealiseerbare utopische ideeën om in dystopieen (zie ook Constants latere beschouwingen op New Babylon). Deze zelfde polemiek is zichtbaar wanneer de groep de gebeurtenissen van 1968 in een stroomversnelling brengen. Hun uiteindelijke ‘verlies’ is wat dat betreft dan ook misschien een eerste voorbode van de opheffing van de groep in 1972
De vraag rijst of het ooit de bedoeling is geweest van de groep om verder te gaan dan kritiek leveren. Vanaf het eerste begin heeft Debord in al zijn teksten ook de ondermijning van zijn eigen woorden gelegd, of soms zelfs de regelrechte ontkenning. Over het situationisme zegt hij: “a word totally devoid of meaning... There is no Situationism, which would mean a theory of interpretating of existential facts. The notion Situationism was obviously conceived by anti- Situationists”.22 Maar ook in al zijn andere teksten kan een soort cynisme aangaande zijn eigen beelden worden gelezen. Door het zwaar veracademiseerde vocabulaire in zijn teksten geeft hij de critici het makkelijke argument dat onder al het moeilijke taalgebruik eigenlijk helemaal niets schuilt.
     Als we dan ook nog de zeer mediabewuste houding van de Situationisten bekijken is het moeilijk te geloven dat dit niet een vooropgezette methode is, met als doel slechts zelfspot. Het beeld komt voor ogen, van een zeer zelfbewuste groep die slechts ter meerdere eer en glorie van zichzelf functioneert, en het utopisch maatschappelijke beeld dat ze schept slechts gebruikt als mediastunt om de groep geloofwaardigheid te verschaffen.